Verhaal

De Jazzclub | 1975 - 1983

In gesprek met Aly Loopers

De vader van Aly Loopers was in de jaren 70 goed bevriend met Roel Fleer die de Hoogeveense jazzband The High Moor City Seven had. Samen gingen de mannen regelmatig naar optredens van andere bands. Elk jaar bezochten ze een Jazzfestival in Breda. Vaak gingen ze met een hele groep en Aly was er altijd bij. Deze prachtige weekenden brachten hen ertoe om eens te kijken of zoiets in Hoogeveen mogelijk was.

Het klooster
Roel en vader Loopers gingen niet over één nacht ijs. Eerst werd onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van het plan. Uit rondvraag bij vrienden en bekenden bleek dat veel mensen wel oren hadden naar een Jazzclub in Hoogeveen. Een onderkomen was snel gevonden in het klooster. Ze konden het huren voor een klein, bijna symbolisch bedrag. En zo zag de Jazzclub op 9 januari 1975 het levenslicht. Het klooster werd opgeknapt en aangepast met een bar en een toneel. Er konden al snel optredens plaatsvinden. Eén keer in de twee weken speelde de ene keer The High Moor City Seven en de andere keer een gastband.

Biertje?
Uiteraard moest er alcohol geschonken worden. Want wat is nu zo'n feestje zonder een biertje? Maar dat viel nog niet mee. Er waren uiteraard allerlei richtlijnen. Eén daarvan was dat je op dezelfde horecavergunning niet meerdere alcohol schenkende bedrijven binnen een korte afstand van elkaar mocht hebben. Op de vergunning van Roel konden ze niet opereren. Aly ging als de wiedeweerga aan de slag om de benodigde papieren te halen en dit op te lossen.

600 Donateurs
Er zat er nog iets tegen. Zo'n Jazzclub werd gezien als valse concurrentie voor de omliggende horeca. Maar waar een wil is, is een weg. Van de Jazzclub werd een stichting gemaakt en je moest lid zijn om naar de avonden te gaan. Al snel waren er zo'n 350 donateurs. Officieel mochten er geen introducees mee, maar dat was niet te controleren. Nu het een besloten club was, golden al die regeltjes niet zo. Het pad was geëffend om alcohol te kunnen schenken. Na verloop van tijd liep het ledental op tot ongeveer 600 donateurs. Iedereen die ‘iets was’ of ‘iemand wilde zijn’, moest toch wel lid zijn van de Jazzclub. Of je de muziek nu mooi vond of niet.

Tuinfeest
Naast de gewone clubavonden was er jaarlijks een jazzweekend en in de zomer een tuinfeest met medewerking van het VVV. Achter het klooster lag een prachtige tuin, waarin dit gratis toegankelijke feest prima gehouden kon worden. The High Moor City Seven speelde die middag en er was van alles te eten en te drinken. Ze werkten met consumptiebonnen, want muntjes waren er nog niet. De tafels kwamen van De Tamboer en de stoelen van de Mauritshal. Met de pr van het VVV-kantoor kwamen er veel bezoekers op af.

Jazzweekenden
Ook de jazzweekenden, vanaf oktober 1978, werden goed bezocht. Op donderdagavond was de aftrap in het klooster. Traditiegetrouw trad dan The High Moor City Seven op. De volgende avond speelden er allerlei jazzbandjes in zo'n 14 cafés. Je moest een toegangskaartje kopen en kreeg een button. Dat kon voor een dag, maar ook voor het hele weekend met een passe-partout. Met de button reed je gratis met een busje, gesponsord door reisbureau Harmanni, naar de cafés. De drankjes werden betaald met consumptiebonnen en de prijzen waren in elk café hetzelfde. Zaterdagavond speelden er in De Tamboer op diverse podia verschillende bands.

Later werd ook de zondag bij het weekend aangeplakt. Het idee was om een jazzkerkdienst te organiseren. Eerste keus was de Grote Kerk, maar die zag dit spektakel niet zitten. De Rooms Katholieke kerk hapte wel toe en dat werkte prima. Er kwam dan een Jazzorkest en ook zongen de leden van de Jazzclub weleens. Een gelegenheidskoor was zo gevormd. 's Middags was er dan nog een afsluitend optreden in één van de grotere deelnemende cafés.

Crisisteam
Het waren geweldige weekenden, maar na afloop waren ze kapot. Vier dagen met man en macht alles goed laten verlopen is niet niks. Tijdens zo’n weekend was er in het klooster een crisisteam voor hand- en spandiensten. Bijvoorbeeld nieuwe buttons brengen naar een café, als ze op waren. Aly was vaak vliegende kiep. Om contact te houden werkten ze met walkietalkies. Mobiele telefoons waren er in die tijd immers nog niet.

Oliebollenbal
De Jazzclub werkte ook mee aan het Oliebollenbal met nieuwjaar in De Tamboer. Ze hadden een grote groep van ongeveer 50 vrijwilligers die op clubavonden achter de bar stonden en andere zaken regelden. Tijdens het Oliebollenbal hielpen ze met het inschenken van de drankjes en andere taken. De drankjes werden bij De Tamboer ingekocht en de Jazzclub kon de winst gebruiken voor de club. Dat was een mooie extra inkomstenbron. Toen Jan Jager de horeca van De Tamboer regelde, kreeg de club een percentage van de winst als betaling voor deze diensten.

Hans Wiegel en de ME
Op een zeker moment wilde de Jazzclub een publieksstunt en nodigde Hans Wiegel uit. Wiegel was bereid om te komen. In de tijd van de treinkaping in Wijster ging dat echter niet zo maar. Er waren strenge veiligheidseisen. Het klooster werd van onder tot boven nagekeken op verdachte voorwerpen en tijdens het concert was er veel beveiliging. Er kwamen blauwe ME-bussen, een heel spektakel. Om er niet al te veel drama van te maken had de ME zich in de keuken verschanst en liet zich niet zien tot het eind van de avond. Toen kwamen de mannen met veel bombarie dwars door de zaal gemarcheerd. Het publiek was vol verbazing en Wiegel en het Jazzclubteam hadden het grootste plezier.

80 tot 100 vrijwilligers
In het klooster werd niet vaak gestookt. Alleen als er een jazzavond was, ging de verwarming aan. Hierdoor was de piano telkens ontstemd. Gelukkig was er iemand binnen de club die goed kon stemmen. Aly is al die jaren zeer actief geweest voor de Jazzclub. Vaak drie avonden per week. Notulen bijhouden en de administratie doen. Roosters maken voor de vrijwilligers die achter de bar stonden of de schoonmaak deden. Op het hoogtepunt waren dat er 80 tot 100.

Sponsors
De financiële kant was ook niet kinderachtig, met alle donateurs, ingehuurde bandjes, horecazaken en niet te vergeten de pr. Ze hadden vaak sponsors die bijvoorbeeld het drukwerk betaalden, zoals programmaboekjes, stickers, advertenties en posters. De club was erg goed in het werven van sponsors. Zo werden ze bijvoorbeeld gesponsord door British American Tobacco Group (BAT), waaronder Camel. Aly heeft 9 plakboeken met materiaal, stille getuigen van het muziekgeweld van de jaren 70 en 80.

Savoye Ballroom 
Begin jaren 80 kreeg de gemeente andere plannen met het klooster, het glasmuseum. Roel Fleer had nog een pand, de Savoye Ballroom aan het Mauritsplein, naast Damen. Hier is de Jazzclub verder gegaan. Maar het was of de gang er uit was. Er was minder belangstelling. De sfeer in het pand was

anders. De bezoekers verouderden en jonge aanwas was er nauwelijks. Eind ’82, begin '83 was de animo zover afgenomen dat de club stopte. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In Het Koetshuis is nog een tijd lang één keer in de maand een Jazz on Sunday middag geweest en in De Tamboer bleven nog een tijd de Jazzavonden, als overblijfsel van de festivals.

The High Moor City Seven bracht het album ‘Live in de Hoogeveense Jazzclub’ uit.

Aly heeft veel plakboeken met notulen, krantenknipsels, festivalboekjes, stickers en posters. Deze boeken zijn te zien in de expositie. Waarschijnlijk moeten we hieruit een selectie maken en deze digitaliseren. Daarnaast heb ik nog een aantal vragen die nog gesteld moeten worden.

 

Checken - Voornaam van Loopers? (ik heb er nu maar vader van gemaakt)