Verhaal

Mapoga | 1981 – 1991

In gesprek met Bennie Anakotta

Bennie Anakotta speelde in de Moluks-Papoea band Mapoga. In het gezin Anakotta werd altijd al veel muziek gemaakt. Gitaar erbij en gezellig wat spelen. Rond 1980 was er een band uit Indonesië, The Black Brothers, die zich in Nederland wilde vestigen. De manager was familie van de Hoogeveense Anakotta’s. Zo kwam het verzoek of er een drumstel opgeslagen mocht worden in de schuur. Geen probleem, vond vader Anakotta. De verleiding om dat drummen eens te proberen was voor de jongens natuurlijk heel groot. Spelenderwijs kreeg met name Bennie’s broer James het drummen aardig onder de knie. Een gitaar erbij en het klonk meteen al wat.

Band compleet
Als vanzelf ontstond de samenstelling van de band. Naast James Anakotta op drums, nam Bennie de basgitaar voor zijn rekening, Japy Anakotta de ritme gitaar en neef Vince Saimi de percussie. De leadzangstemmen vormden Ronny Saimi en Bennie’s zusje Betsy Anakotta. De andere muzikanten namen de achtergrondzang op zich. Het enige wat er nog ontbrak was een sologitarist. Die was best moeilijk te vinden, verschillende mensen zijn hiervoor de revue gepasseerd. Na verloop van tijd werd Mike Leepel gevonden en eindelijk voelde de band zich compleet.

Vader Anakotta
Vader Anakotta zag dat de jongens best potentie hadden en hij zorgde ervoor dat ze ook serieus aan het werk waren. Hij vond het erg leuk dat zijn kinderen en neefjes lol hadden in de muziek. Zelf had hij ook muziek gemaakt, met zijn broers toen ze jonger waren. Vader speelde zelf ukelele en hij had een goede zangstem. De band oefende in de schuur en dat gaf wel problemen in de buurt. Niet alle buren waren er gecharmeerd van dat de jongens zo veel ‘lawaai’ maakten. ‘s Avonds laat spelen was er dus niet bij, en een tijdje konden ze met name op zondagmiddag oefenen. Vader ging actief op zoek naar oefenruimte, in zaaltjes, scholen en buurthuizen in heel Hoogeveen en omstreken.

Passende naam
Zo kwam het moment dat de groep zo ver was om voor de eerste keer op te treden. Voor familie én in het buurthuis voor vrienden en bekenden. Dat ging best goed en ze kregen al snel meer uitnodigingen. Maar een band zonder naam? Bennie’s vader stelde Mapoga voor. Het is de naam van een dorpje in Nieuw Guinea waar hij geboren is. Omdat de familie half Moluks en half Papoea is, leek het ze een mooie, passende naam.

Toyota Celica
Na verloop van tijd speelde de band ook in andere gelegenheden zoals in Tinck, in bars en waar ze maar gevraagd werden. In Hoogeveen maar ook daarbuiten. Op familie- en buurtfeestjes speelden en zongen ze vaak traditionele Papoeanummers. In eerste instantie reden ze naar optredens in een Toyota Celica. Met een grote grijns herinnert Bennie zich dat nog. Niet echt handig, zo’n kleine auto en op de duur kocht vader Anakotta een busje. Er moest ook een logo komen, voor op de drum en de strooifolder. Als symbool werd een Papoeahoofd met krullen en een oorring gebruikt. Een deel van het gezicht is wit, wat staat voor het leven in Nederland.

Paradiso
Het hoogtepunt waar Bennie terecht trots op is, zijn twee optredens op het hoofdpodium van Paradiso voor de succesvolle reeks groepenpresentaties Moluccan Moods in de begin jaren tachtig. Ze waren heel jong, zelf was hij 19, maar zijn jongste broertje was nog maar 14. Ze hadden zoveel succes dat ze ondanks hun leeftijd toch werden ze uitgekozen om nogmaals te spelen om een opname te maken voor de LP die van de presentaties gemaakt is. De manager van The Black Brothers heeft later in Nieuw Guinea een demo van Mapoga geïntroduceerd op de radio. Het is daar tijden met enige regelmaat op de radio te horen geweest.

Na verloop van tijd zijn de bandleden ieder hun eigen weg gegaan. Ze hebben daarna in diverse bandjes gezeten.

‘Jammer genoeg zijn er tegenwoordig veel minder gelegenheden waar live muziek wordt gespeeld. Het is nu dan ook minder aantrekkelijk om een band te vormen’, vindt Bennie.

Er is nog beeldmateriaal van een optreden op de Pulledag in Hoogeveen.

Op youtube heeft de band twee nummers staan.